Haviltexen met mondelinge afspraken

M en V hebben enige jaren een relatie gehad. De laatste jaren daarvan hebben zij samengewoond in een flat waarvan V de huurster was. V had een baan als jurist, M had een eigen bedrijf dat niet veel opbracht. V droeg feitelijk een groot deel van de kosten van de huishouding. Inmiddels is de relatie en samenwoning beëindigd. V vordert betaling van M van € 25.000. Volgens haar betreft dit een bijdrage in de kosten van de huishoudingen en bedragen die zij hem heeft voorgeschoten, maar die hij nog altijd niet heeft terugbetaald.

Lees meer

Vordering tot overlegging bankafschriften is geen ‘fishing expedition’

M en V zijn in 1994 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2013 door echtscheiding is ontbonden. In 2015 stelt de rechtbank de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast. In hoger beroep stelt V dat de rechtbank M ten onrechte niet heeft opgelegd de bankafschriften van zijn nieuwe bankrekening(en) vanaf maart 2012 aan haar over te leggen.

Lees meer

Finaal verrekenbeding bij overlijden gold niet omdat relatie al was geëindigd

De huwelijkse voorwaarden van M en V bevatten een finaal verrekenbeding dat alleen geldt ‘indien het huwelijk wordt ontbonden door het overlijden van één van de echtgenoten’. De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, maar voordat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven, overlijdt V. Daardoor is het huwelijk niet door echtscheiding, maar door het overlijden van V ontbonden. M en de executeur van de nalatenschap van V twisten over de vraag of M recht heeft op nakoming van het finaal verrekenbeding.

Lees meer

Indexeringspercentage alimentatie 2017 2,1 %

Alimentatie-index 2017

Het indexeringspercentage alimentatie per 1 januari 2017 is bekend en bedraagt 2,1%.
De rekentool op www.verder-online.nl is met dit percentage aangepast.

Finaal verrekenbeding bij overlijden werkt alleen als affectieve relatie nog bestaat

In de huwelijkse voorwaarden is een finaal verrekenbeding opgenomen indien “ het huwelijk wordt ontbonden door het overlijden van één van de echtgenoten”.

Lees meer

Minimumbijdrage van € 25 bij bijstandsuitkering in strijd met artikel 1:397 lid 1 BW

M en V zijn met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk twee (nu nog minderjarige) kinderen zijn geboren. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij M.
M verzoekt de rechtbank de door V aan hem te betalen kinderalimentatie vast te stellen op de minimumbijdrage van € 25 per kind per maand. De rechtbank wijst het verzoek af. M gaat in hoger beroep.

Lees meer

Betaling aan partner is voldoening aan natuurlijke verbintenis. Vrijstelling schenkbelasting.

M is gehuwd en heeft twee kinderen. Zijn echtgenote verblijft in een verzorgingstehuis.

M woont inmiddels ongehuwd samen met P, aan wie hij tweemaal 150.000 euro geeft. Volgens M heeft hij hiermee voldaan aan zijn dringende morele verplichting om P na zijn overlijden verzorgd achter te laten. M is vermogend, P niet. M betrekt P niet substantieel in zijn testament, omdat hij dan grote problemen voorziet met zijn kinderen. In plaats daarvan heeft hij ervoor gekozen om P bij leven al de nodige middelen te verschaffen.

Lees meer

Nihilstelling partneralimentatie na verloop van drie jaar.

Nihilstelling partneralimentatie na verloop van drie jaar. De alimentatiegerechtigde vrouw is tamelijk jong, 36 jaar. Uit het huwelijk zijn geen kinderen geboren. Zij heeft een academische opleiding afgerond. Het hof gaat ervan uit dat de vrouw binnen een termijn van drie jaar na ontbinding van het huwelijk in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.

Lees meer

Partneralimentatie: nihilstelling op termijn, niet twaalf jaar betalen!

Het huwelijk tussen M en V, waaruit één kind is geboren, is in 2016 door echtscheiding ontbonden. De rechtbank heeft de door M aan V te betalen partneralimentatie vastgesteld. M gaat in hoger beroep. Volgens hem is V niet behoeftig. Het hof acht het aannemelijk dat V (thans nog) niet volledig in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Het hof acht de stelling van V (dat zij ten tijde van het huwelijk, naast haar parttime baan, voor het gezin en het huishouden heeft gezorgd, terwijl M zich volledig op zijn carrière heeft kunnen richten) aannemelijk. Bovendien acht het hof aannemelijk dat V tot op heden vergeefs heeft geprobeerd om, naast haar huidige dienstverband, haar werkzaamheden enigszins uit te breiden.

Lees meer

Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden: feitelijke samenwoning geen vereiste voor artikel 1:160 BW (einde alimentatieplicht)

Het huwelijk tussen M en V is door echtscheiding ontbonden. V heeft inmiddels in X een nieuwe partner gevonden. De rechtbank heeft een door M aan V te betalen partneralimentatie vastgesteld. M gaat in hoger beroep, stellende dat V op 1 april 2013 is gaan samenleven met X als waren zij gehuwd en dat dientengevolge zijn alimentatieverplichting jegens V van rechtswege is geëindigd (artikel 1:160 BW).
V erkent een duurzame affectieve relatie met X te hebben, maar ontkent met hem samen te wonen. In een geval waarin niet aan het samenwoningsvereiste wordt voldaan, volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad dat niet tot het oordeel kan worden gekomen dat sprake is van een samenleven als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW. In casu is dus niet aan de cumulatieve vereisten van artikel 1:160 BW voldaan, aldus V, die er op wijst dat zij en X ieder hun eigen woning hebben.

Lees meer