Indexeringspercentage alimentatie 2017 2,1 %

Alimentatie-index 2017

Het indexeringspercentage alimentatie per 1 januari 2017 is bekend en bedraagt 2,1%.
De rekentool op www.verder-online.nl is met dit percentage aangepast.

Finaal verrekenbeding bij overlijden werkt alleen als affectieve relatie nog bestaat

In de huwelijkse voorwaarden is een finaal verrekenbeding opgenomen indien “ het huwelijk wordt ontbonden door het overlijden van één van de echtgenoten”.

Lees meer

Minimumbijdrage van € 25 bij bijstandsuitkering in strijd met artikel 1:397 lid 1 BW

M en V zijn met elkaar gehuwd, uit welk huwelijk twee (nu nog minderjarige) kinderen zijn geboren. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij M.
M verzoekt de rechtbank de door V aan hem te betalen kinderalimentatie vast te stellen op de minimumbijdrage van € 25 per kind per maand. De rechtbank wijst het verzoek af. M gaat in hoger beroep.

Lees meer

Betaling aan partner is voldoening aan natuurlijke verbintenis. Vrijstelling schenkbelasting.

M is gehuwd en heeft twee kinderen. Zijn echtgenote verblijft in een verzorgingstehuis.

M woont inmiddels ongehuwd samen met P, aan wie hij tweemaal 150.000 euro geeft. Volgens M heeft hij hiermee voldaan aan zijn dringende morele verplichting om P na zijn overlijden verzorgd achter te laten. M is vermogend, P niet. M betrekt P niet substantieel in zijn testament, omdat hij dan grote problemen voorziet met zijn kinderen. In plaats daarvan heeft hij ervoor gekozen om P bij leven al de nodige middelen te verschaffen.

Lees meer

Nihilstelling partneralimentatie na verloop van drie jaar.

Nihilstelling partneralimentatie na verloop van drie jaar. De alimentatiegerechtigde vrouw is tamelijk jong, 36 jaar. Uit het huwelijk zijn geen kinderen geboren. Zij heeft een academische opleiding afgerond. Het hof gaat ervan uit dat de vrouw binnen een termijn van drie jaar na ontbinding van het huwelijk in haar eigen levensonderhoud kan voorzien.

Lees meer

Partneralimentatie: nihilstelling op termijn, niet twaalf jaar betalen!

Het huwelijk tussen M en V, waaruit één kind is geboren, is in 2016 door echtscheiding ontbonden. De rechtbank heeft de door M aan V te betalen partneralimentatie vastgesteld. M gaat in hoger beroep. Volgens hem is V niet behoeftig. Het hof acht het aannemelijk dat V (thans nog) niet volledig in haar eigen levensonderhoud kan voorzien. Het hof acht de stelling van V (dat zij ten tijde van het huwelijk, naast haar parttime baan, voor het gezin en het huishouden heeft gezorgd, terwijl M zich volledig op zijn carrière heeft kunnen richten) aannemelijk. Bovendien acht het hof aannemelijk dat V tot op heden vergeefs heeft geprobeerd om, naast haar huidige dienstverband, haar werkzaamheden enigszins uit te breiden.

Lees meer

Gerechtshof Arnhem- Leeuwarden: feitelijke samenwoning geen vereiste voor artikel 1:160 BW (einde alimentatieplicht)

Het huwelijk tussen M en V is door echtscheiding ontbonden. V heeft inmiddels in X een nieuwe partner gevonden. De rechtbank heeft een door M aan V te betalen partneralimentatie vastgesteld. M gaat in hoger beroep, stellende dat V op 1 april 2013 is gaan samenleven met X als waren zij gehuwd en dat dientengevolge zijn alimentatieverplichting jegens V van rechtswege is geëindigd (artikel 1:160 BW).
V erkent een duurzame affectieve relatie met X te hebben, maar ontkent met hem samen te wonen. In een geval waarin niet aan het samenwoningsvereiste wordt voldaan, volgt uit de jurisprudentie van de Hoge Raad dat niet tot het oordeel kan worden gekomen dat sprake is van een samenleven als waren zij gehuwd in de zin van artikel 1:160 BW. In casu is dus niet aan de cumulatieve vereisten van artikel 1:160 BW voldaan, aldus V, die er op wijst dat zij en X ieder hun eigen woning hebben.

Lees meer

Werkelijke woonlast versus forfaitaire woonlast

Uit het huwelijk tussen M en V zijn twee (nu nog minderjarige) kinderen geboren. In 2015 wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij V. De rechtbank heeft de door M aan V te betalen kinderalimentatie vastgesteld. V gaat in hoger beroep. Volgens haar heeft de rechtbank ten onrechte rekening gehouden met de forfaitaire woonlast van M, aangezien deze aanmerkelijk afwijkt van de werkelijke (lees: aanzienlijk lagere) woonlasten die M moet voldoen.

Lees meer

Pintransacties leidden tot zuivere aanvaarding van de nalatenschap

Een erfgenaam heeft pintransacties verricht van de bankrekening die behoorde tot de nalatenschap. Volgens het Hof is hierdoor de nalatenschap zuiver aanvaard op grond van artikel 4:192 lid 1 BW.

Lees meer

HR: rechtbanken en gerechtshoven moeten alimentatieberekening bij hun uitspraak voegen

M en V zijn in 1971 met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2006 door echtscheiding is ontbonden. In de echtscheidingsbeschikking heeft de rechtbank de door M aan V te betalen partneralimentatie vastgesteld op € 1.835 per maand. M is op 1 augustus 2012 met pensioen gegaan. M verzoekt de rechtbank de door hem te betalen partneralimentatie op een lager bedrag vast te stellen. De rechtbank honoreert het verzoek en bepaalt dat M met ingang van 1 augustus 2012 een alimentatie van € 480 per maand dient te voldoen. In hoger beroep overweegt het hof dat ‘op grond van de feiten en omstandigheden die hiervoor zijn vermeld en van hetgeen hiervoor is overwogen, een door de man met ingang van 1 augustus 2012 te betalen uitkering tot levensonderhoud van de vrouw van € 530 per maand in overeenstemming met de wettelijke maatstaven’ is.V gaat in cassatie.

Lees meer