HR: postume rente moet ook worden meegenomen bij vereffening nalatenschap

Begin dit jaar stelde een kantonrechter prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over hoe bij een vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap moet worden omgegaan met renteschulden die na het overlijden ontstaan (ECLI:NL:RBNHO:2021:205). De Hoge Raad heeft hierop thans uitgebreid antwoord gegeven.

Lees meer

Verblijvensbeding geldt voor zowel en/of-rekening als verstrekte geldlening

M (die uit een eerdere relatie twee kinderen heeft) en V hebben een affectieve relatie met elkaar en wonen samen. In 1996 sluiten zij een samenlevingsovereenkomst, waarvan artikel 3 luidt: ‘Partijen verplichten zich naar evenredigheid van hun inkomen bij te dragen in de kosten van de gemeenschappelijke huishouding. (…) Het hiervoor (…) bedoelde gedeelte van het inkomen, of zoveel meer als partijen wensen, wordt gestort op een gemeenschappelijke bank- en/of girorekening en/of in een gemeenschappelijke kas. Deze gemeenschappelijke bank- en/of girorekening en/of deze gemeenschappelijke kas wordt/worden op naam van beide partijen gesteld; zij zijn daarin ieder voor de helft gerechtigd. (…)’

Lees meer

Beroep op nietigheid nihilbeding in huwelijkse voorwaarden niet onaanvaardbaar

M en V zijn in 2019 op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. In die voorwaarden staat de volgende bepaling: ‘Voor zover dit rechtens mogelijk is, verklaren de echtgenoten over en weer afstand te doen van een aanspraak op partneralimentatie ingeval het huwelijk eindigt door echtscheiding’. In 2020 gaan partijen feitelijk uiteen. Inmiddels zijn zij in een echtscheidingsprocedure verwikkeld.

V verzoekt de rechtbank de door M aan haar te betalen partneralimentatie vast te stellen op € 4.175 per maand. M beroept zich op het nihilbeding in de huwelijkse voorwaarden. Volgens V is dat beding nietig.

Lees meer

Kan ondertoezichtstelling direct (bij prorogatie) aan het hof worden verzocht?

Uit de affectieve relatie tussen M en V is in 2014 zoon Z geboren, over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. In 2015 beëindigen partijen hun relatie. Z heeft zijn hoofdverblijfplaats bij V. Tussen hem en M is een omgangsregeling van kracht. M verzoekt de rechtbank de omgangsregeling tussen hem en Z te wijzigen op de door hem voorgestane wijze. V verzoekt de rechtbank eveneens de omgangsregeling te wijzigen, zij het op de door haar voorgestane wijze. De rechtbank wijst het verzoek van M toe en dat van V af. V gaat in hoger beroep.

Lees meer

HR: postume rente moet ook worden meegenomen bij vereffening nalatenschap

 
Begin dit jaar stelde een kantonrechter prejudiciële vragen aan de Hoge Raad over hoe bij een vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap moet worden omgegaan met renteschulden die na het overlijden ontstaan (ECLI:NL:RBNHO:2021:205). De Hoge Raad heeft hierop thans uitgebreid antwoord gegeven.

Lees meer

De gevolgen van keuzes

Uit het huwelijk tussen M en V zijn vier (nu nog minderjarige) kinderen geboren, over wie zij gezamenlijk het ouderlijk gezag uitoefenen. M is zelfstandig ondernemer. In 2015 gaan partijen feitelijk uiteen, in 2016 wordt hun huwelijk door echtscheiding ontbonden. De kinderen hebben hun hoofdverblijfplaats bij V. In hun echtscheidingsconvenant hebben partijen de door M aan V te betalen kinderalimentatie vastgesteld op € 425 per kind per maand. Naast deze afspraak bevat het convenant ook een anti-speculatiebeding voor de vervreemding van onroerende zaken gedurende vijf jaar, alsmede een nihilbeding ten aanzien van de partneralimentatie met een niet wijzigingsbeding. In 2019 trouwt M met X, die uit een eerdere relatie twee kinderen heeft.

Lees meer

Samenwonende partner kan geen rechten ontlenen aan concepttestament

Erflater M is zonder testament overleden. Er is wel een concepttestament opgesteld, waarin M samenwonende partner V heeft benoemd tot zijn enig erfgename.

V vordert een verklaring voor recht dat zij enig erfgename is en dat het concepttestament heeft te gelden als een wettig opgemaakt notarieel testament. Volgens V moet op grond van de redelijkheid en billijkheid hier worden afgeweken van de vormvoorschriften.

Lees meer

Uitleg convenant waarin staat dat geen partneralimentatie wordt betaald

Uit het huwelijk tussen M en V zijn twee (nu nog minderjarige) kinderen geboren. In 2019 gaan partijen feitelijk uiteen, in 2020 wordt hun huwelijk door echtscheiding ontbonden. Ten aanzien van partneralimentatie zijn zij in hun echtscheidingsconvenant het volgende overeengekomen: ‘Partijen hebben kennis genomen van een alimentatieberekening en deze meegenomen in hun overweging. Partijen zullen na de ontbinding van hun huwelijk tegenover elkaar niet tot betaling van een alimentatie gehouden zijn en zien over en weer uitdrukkelijk af van partneralimentatie. Zij overwegen daarbij dat zij ieder in eigen levensonderhoud voorzien en in redelijkheid kunnen voorzien.’ M heeft inmiddels in X een nieuwe partner gevonden.

Lees meer

Langstlevende wordt bij OBV pas beschikkingsbevoegd na ontheffing vereffening

Uit het geregistreerd partnerschap tussen M en V zijn twee kinderen geboren. In 2014 overlijdt M. In zijn testament heeft hij een ouderlijke boedelverdeling opgenomen ten gunste van V, die de nalatenschap zuiver aanvaardt. Omdat de kinderen nog minderjarig zijn, aanvaardt V de nalatenschap namens hen beneficiair.

Lees meer

Spaanse erfenis valt niet in huwelijksgemeenschap

M (van Spaanse nationaliteit) en V (van Nederlandse nationaliteit) zijn in 1996 in Nederland in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd. Het echtpaar woont in Nederland. In 2005 overlijdt de vader van M, die de Spaanse nationaliteit had. Uit die nalatenschap ontvangt M (afgerond) € 90.000.

Lees meer