Erfgenamen hadden nalatenschap zuiver aanvaard door inboedel te verdelen

De kinderen hebben de nalatenschap van hun moeder beneficiair aanvaard. De Rechtbank is echter van oordeel dat de kinderen de nalatenschap voordien al zuiver hebben aanvaard ex artikel 4:192 BW door de inboedel (waaronder de juwelen en de auto van moeder) onderling te verdelen. Deze feitelijke handelingen kunnen niet anders worden geduid dan beschikkingsdaden, temeer nu door hen onvoldoende is gesteld waaruit volgt dat sprake zou zijn geweest van daden van beheer.

Rb. Noord-Nederland 29 maart 2017, nrs C/17/139183 / HA ZA 14-475 en C/17/147669 / HA ZA 16-68

Verzoek tot omzetting van zuivere aanvaarding in beneficiaire aanvaarding was te laat

Een erfgename heeft de nalatenschap van de erflaatster (langstlevende echtgenote) zuiver aanvaard. Omdat tot de nalatenschap erfrechtelijke schulden aan stiefkinderen behoren, wordt de kantonrechter verzocht om de nalatenschap alsnog beneficiair te aanvaarden volgens artikel 4:194a BW. De kantonrechter wijst het verzoek echter af omdat de erfgename het verzoek niet binnen 3 maanden na het bekend worden met de schulden heeft ingediend.

Rechtbank Noord-Holland 7 maart 2017, ECLI:NL:RBNHO:2017:2348

Bij samenwoning leidt niet elke vermogensverschuiving tot een vergoedingsaanspraak

M en V krijgen een affectieve relatie met elkaar. Beiden hebben op dat moment een woning in eigendom. M verkoopt zijn woning en trekt in mei 2007 bij V in. In februari 2008 kopen partijen gezamenlijk een nieuwe woning, ter gelegenheid waarvan zij ook een notarieel samenlevingscontract sluiten. Vier maanden later wordt de woning van V verkocht met een restschuld van € 25.279,64. M lost hierop uit zijn eigen vermogen € 5.279,64 af. Het resterende bedrag (€ 20.000) lenen partijen van de moeder van M. Zowel M als V betalen op deze lening uit privévermogen € 10.000 terug. In april 2010 verbreken partijen hun relatie.

Lees meer

Partneralimentatie en kindgebonden budget: hof stelt nieuwe prejudiciële vraag

M en V zijn verwikkeld in een echtscheidingsprocedure. In hoger beroep spitst het geschil zich toe op de door M aan V te betalen partneralimentatie. M verzoekt het hof te bepalen dat hij geen partneralimentatie is verschuldigd. Het hof beoordeelt hoe het kindgebonden budget en de alleenstaande ouderkop in deze beoordeling moeten worden betrokken.

De Hoge Raad oordeelde op 9 oktober 2015 (JUR ECLI:NL:HR:2015:3011) dat bij de vaststelling van kinderalimentatie het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop niet in aanmerking moeten worden genomen bij de bepaling van de behoefte van het kind maar bij de berekening van de draagkracht van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt. Het kindgebonden budget en de daarvan deel uitmakende alleenstaande ouderkop moeten daarom worden beschouwd als inkomensondersteuning van de ouder die het kindgebonden budget ontvangt.

Lees meer

Nietig alimentatiebeding in huwelijkse voorwaarden

M en V zijn in 2012 op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Artikel 13 van de huwelijkse voorwaarden luidt:
Voor het geval een echtgenoot na een echtscheiding aanspraak maakt op alimentatie, te betalen door de andere echtgenoot, komen partijen het volgende overeen:
1. Alimentatie wordt berekend alsof partijen gehuwd waren sinds een september tweeduizend zeven.
2. Bij de berekening van de alimentatie wordt geen rekening gehouden met het feit dat partijen of één van hen in het buitenland zouden wonen.
3. Indien [M] de in artikel 12 onder 9 genoemde aandelen (…) en/of het genoemde [pand] (deels) zou hebben verkocht en geleverd zonder schriftelijke toestemming van [V], wordt de alimentatie berekend alsof die vervreemding in het geheel niet zou hebben plaatsgevonden.
Indien en voor zover de rechter geen rekening zou houden met het in dit artikel bepaalde, erkennen partijen (…) hierbij schuldig hetgeen op grond van dit artikel (meer) verschuldigd zou zijn. Deze schuldigerkenning wordt over en weer aangenomen.’
In 2016 wordt het huwelijk door echtscheiding ontbonden.

Lees meer

Toewijzing verzoek op voorschot erfdeel

Toewijzing verzoek erfgenaam uitkering voorschot erfdeel. Volgens de rechtbank is er belang bij het uitkeren van het voorschot indien voldoende aannemelijk is gemaakt dat er sprake is van gewichtige redenen alsmede dat het definitieve erfdeel het voorschot zeer ruim overstijgt. Voorschot is geen partiele verdeling.

Lees meer

Bij verdeling dienen alle deelgenoten in de procedure te worden betrokken!

Vordering tot verdeling. Indien, zoals in dit geval, tussen vier personen sprake is van een processueel ondeelbare rechtsverhouding (een rechtsverhouding ten aanzien waarvan het rechtens noodzakelijk is dat de beslissing ten aanzien van alle betrokkenen in dezelfde zin luidt) en daarover door een van de personen als eiser tegen de andere drie betrokkenen als gedaagden wordt geprocedeerd, brengt de omstandigheid dat het hoger beroep door de eiser/appellant ten aanzien van één van die gedaagden/geïntimeerden niet of te laat is ingesteld, mee dat ook het hoger beroep tegen de andere gedaagden/geïntimeerden niet-ontvankelijk moet worden geacht. Aangezien de appeltermijn inmiddels is verstreken is het niet meer mogelijk de niet-gedaagde partij alsnog in de procedure te betrekken.

Gerechtshof Den Bosch 10 januari 2017, ECLI:NL:GHSHE:2017:40

Haviltexen met mondelinge afspraken

M en V hebben enige jaren een relatie gehad. De laatste jaren daarvan hebben zij samengewoond in een flat waarvan V de huurster was. V had een baan als jurist, M had een eigen bedrijf dat niet veel opbracht. V droeg feitelijk een groot deel van de kosten van de huishouding. Inmiddels is de relatie en samenwoning beëindigd. V vordert betaling van M van € 25.000. Volgens haar betreft dit een bijdrage in de kosten van de huishoudingen en bedragen die zij hem heeft voorgeschoten, maar die hij nog altijd niet heeft terugbetaald.

Lees meer

Vordering tot overlegging bankafschriften is geen ‘fishing expedition’

M en V zijn in 1994 in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2013 door echtscheiding is ontbonden. In 2015 stelt de rechtbank de verdeling van de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap vast. In hoger beroep stelt V dat de rechtbank M ten onrechte niet heeft opgelegd de bankafschriften van zijn nieuwe bankrekening(en) vanaf maart 2012 aan haar over te leggen.

Lees meer

Finaal verrekenbeding bij overlijden gold niet omdat relatie al was geëindigd

De huwelijkse voorwaarden van M en V bevatten een finaal verrekenbeding dat alleen geldt ‘indien het huwelijk wordt ontbonden door het overlijden van één van de echtgenoten’. De rechtbank spreekt de echtscheiding uit, maar voordat de echtscheidingsbeschikking is ingeschreven, overlijdt V. Daardoor is het huwelijk niet door echtscheiding, maar door het overlijden van V ontbonden. M en de executeur van de nalatenschap van V twisten over de vraag of M recht heeft op nakoming van het finaal verrekenbeding.

Lees meer